dinsdag, april 22, 2014

de Ronde van Vlaanderen

Dit is de hoogmis van het wielrennen, en hij wordt ingezegend met abdijbier. De wekker gaat vroeg in Gent. Bandjes oppompen, kopje koffie en op naar Oudenaarde voor de start.

Na 23 kilometer fietsen kijken we elkaar aan.
‘Ik heb het idee dat we al de hele dag aan het koersen zijn.’
‘Je haalt me de woorden uit de mond.’
Op dat moment hebben we er drie kasseienstroken en twee bergjes, de Wolvenberg en de Molenberg, op zitten. Van rustig inrijden is in de Ronde van Vlaanderen geen sprake. We rijden 140 kilometer. Het is de finale van de grote mannen die morgen gaan koersen. Eigenlijk is er geen stuk vlak, en de seconde dat je jezelf op een rustig deel van het parcours waant, doemt er een kasseienstrook op. Het is heilige grond; en die is hobbelig. De kasseienstroken zijn eindeloos en liggen bezaaid met uit hun houders gestuiterde bidons. Tijdens het klimmen zijn die stenen te bedwingen, maar op vlakke delen, of bij het dalen schudden de kasseien je fiets en lijf dusdanig door elkaar dat je nieren tegen je huig aan kletsen en je derailleur bij je voorwiel zit. In al het gestuiter heb je geen idee hoe je je fiets vast moet houden. Vooraf werden we gewaarschuwd: hooguit 5 bar in je banden, grote versnelling, stuur losjes vasthouden. Het helpt allemaal niets. Het enige wat je op een kasseienstrook wanhopig kunt doen, is: verlangen naar het einde. En dan moeten de gemene kuitenbijters nog komen.

Gisteravond in Café ’t Einde aan het Gentse Sint-Veerleplein werden we al gewaarschuwd. Drie lokale blonde zussen raadden ons lokaal blond bier aan, Ommegang; ze proostten op ons geluk en spraken vol eerbied over de ‘Vlaamse Ardennen’.
‘De Paterberg en Koppenberg zijn Vlaamse Duivels,’ zongen ze in koor, ‘ge zult daar moeten afstappen.’ Onze Hollandse bravoure antwoordde met een resoluut ‘nee’. Te voet omhoog? Dat nooit. Wat dachten de dames wel?

Op het routekaartje staat bij de Koppenberg: een stijgingspercentage van gemiddeld 9,4 en op het steilste stuk 22 procent. Goedemorgen. Als we vanuit de Meldenstraat linksaf draaien, zien we ‘m liggen… de befaamde Koppenberg, een muur van kasseien. De ellende is dat we niet de enigen zijn die omhoog moeten. De weg is als een fuik en op het steilste stuk is die op z’n smalst en inderdaad… de meeste renners moeten daar van de fiets. Het is zo druk dat er voor ons geen ruimte is om te blijven trappen, mannen vallen, schelden, lachen, schreeuwen, het publiek, rijendik, joelt, het is een oerwoud van 22%. Gedwongen lopen we, inwendig vloekend, een stukje die berg op. Zodra het kan, stappen we op en rijden de wandelaars voorbij. Vanavond in het café zullen we liegen tegen de Gentse zussen. Zoveel is duidelijk. Nu eerst op naar de Oude Kwaremont en de Paterberg. Alleen de namen al. De eerste is een kasseienstrook van ruim twee kilometer die op het zwaarste stuk 12% helt… De Oude Kwaremont ruikt naar zweet, gras, stof, barbecue en bier. Vlaanderen viert dit weekeinde feest en wij rijden door het schitterende decor. De Paterberg is nog zwaarder en beruchter dan de Koppenberg. Hier deelde Cancellara vorig jaar de genadetik uit. En wij rijden hem schitterend, zonder ook maar een teentje aan de grond, omhoog. Alles wat volgt, is een zegetocht naar de zonovergoten Markt van Oudenaarde waar de opluchting voelbaar is, breeduit wordt gelachen en tussen een zee van fietsen her bier rijkelijk vloeit. De hoogmis zit erop. Het is volbracht. Proost.