moeder, dochter, een makreel, de kelder en de levende

Moeder en dochter. Beiden berijden een brommer van het merk Tomos. Met kleine hupjes rijden ze de stoep op en parkeren hun bolides voor Peters Vis- en Snackpaleis. Moeder draagt een lange leren jas die tot haar enkels reikt. Het permanent van de dochter vormt een blonde aureool van krullen. Kort na elkaar betreden ze de keet van de visboer. Buiten, op de Laan van Meedervoort, wacht een lange rij auto’s voor het stoplicht. Binnen glimmen de zilveren schubben in het ijs.
‘Wat mag het wezen?’ wil Peter weten. Hij grijnst naar de dochter. De moeder heeft zich over de vitrine gebogen. Met een lange nagel wijst ze op een makreel.
Gewapend met een blauwwitte plastic zak met daarin de dode vis bestijgen de dames hun Tomos. Venijnig trappen ze de bromfietsen aan en rijden, achter elkaar aan, de Azaleastraat in. Op het Goudenregenplein parkeren ze allebei aan de andere kant van de weg. Het is vrijdagmiddag. Het miezerregent. Moeder wandelt IJzerhandel Roos binnen, de dochter Gall & Gall. Bijna tegelijk komen ze weer naar buiten. Een doos Duitse witte wijn. Hamer, beitel, houtschaaf, nijptang, spijkers, waterpomptang en bijl. De zijtassen van de metallicblauwe brommers raken vol.
Hup hop. Van de stoep de weg weer op. De krullen van de dochter, de lederen jas van de moeder, ze wapperen boven de uitlaat. In de kelder van hun flat wacht het avontuur. De levende. Makreel. Witte wijn. Gereedschap. Het wordt een fijn weekeinde.

0 Comments:
Een reactie plaatsen
<< Home