maandag, december 20, 2010

ballettekettet

Ik beschik niet over de woordenschat om over ballet te kunnen schrijven. Ik kom een serieus aantal woorden tekort. Ergens. Zaterdagavond zat ik in het Lucent Dansstheater op het puntje van mijn stoel bij twee stukken van de choreografen Lightfoot en Léon. Sehnsucht en Schmettering.

Het eerste onder de muziek van Beethoven. De trage delen uit de eerste pianoconcerten en de finale van de vijfde symfonie. Nu ja, dan is het sowieso al goed, maar hallo, wat een vaart, wat een honing voor de ogen, wat een pracht. Om gelukkig van te worden. Een decor met een huiskamer als Villa Volta en twee geliefden met meer dan drie dimensies. Adembenemend.

De muziek bij Schmettering is grotendeels van the Magnetic Fields, waarover in een latere blog meer. Dit dansen, het was grappig, de zaal lachte. Het was lief. Ontroerend. En, het was, zoals dat in de poëzie heet, poëticaal. Het ging over het dansen zelf. Dat het belangrijk is, nee, noodzaak. Er moet gedanst. Ik weet niet hoe dat bij u zit. Ik wist dat niet. Nu wel.

Lightfoot en Leon toveren met het NDT de dans tot levensbehoefte, tot... ik schreef het al: ik kom woorden tekort.

zondag, december 19, 2010

nachtelijk wandelen





Het is even na middernacht. In de tramtrunnel is het druk. Honderden wachtenden. De digitale borden boven onze hoofden beloven trams. "Kraayenstein 2 over 3 minuten." Dat soort nieuws. De tunnel blijft leeg.

Als er om half één eindelijk trams komen, de digitale borden beloven nog steeds gouden bergen, hebben ze allemaal dezelfde boodschap: "sorry, geen dienst". Honderden wachtenden. En lege trams razen voorbij.

Ik ga lopen. De sneeuw valt zo hard dat ik in het wilde weg in een bus stap. Die blijkt in de doodstille en witte stad langs het Zuiderpark te gaan. Ik stap uit. Nog een kilometer of twee, gok ik, naar de Vruchtenbuurt. Mijn Van Bommels, zonder profiel op de zool, verdwijnen bij elk stap in de sneeuw. Het is inmiddels half twee in de nacht, maar door al dat wit helder licht.

Het sneeuwt. Het is stil. Ik loop. Midden op de weg. Het is absurd. Verschrikkelijk. Prachtig. Dit ongeluk is een vorm van geluk. Ik heb het koud. Mijn voeten zijn nat. Ik ben stram. De stad is wit. Stil. Verlaten. Ik ben gelukkig.

zaterdag, december 18, 2010

voorbeschouwing


Op het dakterras staat een sneeuwpop. Hij heeft een Feyenoordsjaal om. De snoepjes, die zijn ogen moeten voorstellen, smelten. De sneeuwpop huilt. Zwarte tranen.

Morgen spelen we tegen onze favoriete tegenstander. En het is voor het eerst dat ik onszelf volkomen kansloos acht. Ik geloof dat we in de gouden jaren van Van Gaal, waarin we toch ook zelden punten pakten, minder kansloos waren dan we morgen zijn. Zij zijn goed. Meer niet. Wij ontstellend zwak.

Dat is treurig. Klote.

Marijn en ik zouden morgen gaan fietsen. Geen telefoons mee. Gedurende de wedstrijd afgesloten van de wereld. De sneeuw gooit roet in het eten. We verzinnen wel wat anders. Voorlopig zoeken we krampachtig troost. In drank. In het pianospel van Bill Evans. Ik lees Herman de Coninck. Vanavond gaan we naar het NDT.

Het is maar goed dat er kunst is. Het is goed dat Feyenoord er is. Maar morgen misschien even niet. Desalniettemin natuurlijk: Godspeed.