donderdag, juli 30, 2009

Remco Campert en de dichters top tien


Deze vreemde ontroering
die poëzie is
wantrouw ik niet meer,
dat hebben mij geleerd
de jazzmusici:
de wereld swingt als de pest,
de rest
is gemompel van bedelaars.


Het valt me reuze mee, misschien zelfs wel een beetje tegen: het aantal stukjes dat ik over Remco Campert heb geschreven. Ik ben tenslotte groot geworden met Scènes in Hotel Morandi en Dit gebeurde overal. Mijn eerste twee dichtbundels.

Als jongetje moet ik er natuurlijk toch eens een wedstrijdje van maken. Een lijstje. Voert Campert de top tien van beste Nederlandse dichters aan?

Als het om de levenden gaat, heeft hij alleen concurrentie van Kopland, en die kan hij hebben, lijkt me zo, al is het maar omdat Campert qua motieven rijker en gevarieerder is. Dat is iets anders dan beter, even goed dus, maar grote stad versus platteland, ongelijke strijd. Campert wint.

Hoeveel doden steken hem naar de kroon? Achterberg. Nijhoff. J.C. Bloem. De laatste misschien. Wel een wat mager oeuvre. Is het genoeg, een stuk of wat gedichten...

Maar eens een tijdje over nadenken. De tien beste Nederlandstalige dichters aller tijden. In de juiste volgorde. Zegt u het maar.

maandag, juli 27, 2009

eigenwijs

Op weg naar de Ardennen passeren we een vrachtwagen.
'Kijk,' zegt Klaas achterin, 'een bus.'
'Bijna,' zeggen wij in koor. 'Dat is een vrachtwagen.'
'Nee. Bus.'
Ik doe nu een poging om het verschil uit te leggen. Intussen passeren we zowel bussen als vrachtwagens ter illustratie van mijn verhaal. Aan het einde van mijn uitleg komt een grote vrachtwagen in beeld.
'Dus, wat is dat?' vraag ik.
'Bus.'
'Neehee, Klaas,' lach ik. 'Vracht-wa-gen!'
'Neehee, papa, bu-hus!´

zondag, juli 26, 2009

het duister dat ons scheidt - Renate Dorrestein

Renate Dorrestein ligt lastig in het kleine wereldje van de Nederlandse letteren. Nu ben je in dit land al te snel teveel vertellend, te weinig literair, redenen genoeg dus om Dorresteins buitensluiting niet al te serieus te nemen.

In het duister dat ons scheidt toont Dorrestein haar klasse en talent. In het eerste deel krijgen we vanuit een bijzonder perspectief, een groep kinderen, een familiedrama voorgeschoteld. De schrijfster toont daarbij een heerlijk oog voor detail. Als in het tweede deel het perspectief verschuift naar het puberende meisje dat het grootste slachtoffer is, blijft het boek indrukwekkend. Moeder. Dochter. Belangen. Conflict. We vergeven de schrijfster zonder gemor de toevalligheden.

En dan komt het plot om de hoek kijken. Een plotwending. De schrijfster wil de lezer verrassen. Het doet afbreuk aan de klasse van het verhaal, sterker nog, de psychologische laag - hoeveel moet een moeder opofferen voor het welzijn van haar kind, hoever kan ze daarin gaan en in welke mate gaat ze het later haar kind toch aanrekenen - die verdwijnt volledig.

Ik ben een groot fan van een goed verhaal, een boek mag ook gewoon vermakend zijn, maar Dorrestein schrijft een volmaakt knap boek en gooit dan in het laatste hoofdstuk, ten faveure van een onnodige plotwending, haar prachtig gebrandschilderde glazen in. Doodzonde.

maandag, juli 20, 2009

Chelsea Hotel No. 2 - Leonard Cohen

(... over Janis Joplin)

I remember you well in the Chelsea Hotel
you were talking so brave and so sweet
giving me head on the unmade bed
while the limousines wait in the street.

Those were the reasons and that was New York
we were running for the money and the flesh
And that was called love for the workers in song
probably still is for those of them left.

Ah but you got away, didn't you babe,
you just turned your back on the crowd
You got away, I never once heard you say
I need you, I don't need you,
I need you, I don't need you
and all of that jiving around.

I remember you well in the Chelsea Hotel
you were famous, your heart was a legend
You told me again you preferred handsome men
but for me you would make an exception.

And clenching your fist for the ones like us
who are oppressed by the figures of beauty,
you fixed yourself, you said, "Well never mind,
we are ugly but we have the music."

And then you got away, didn't you babe...

I don't mean to suggest that I loved you the best
I can't keep track of each fallen robin
I remember you well in the Chelsea Hotel
that's all, I don't think of you that often.

woensdag, juli 15, 2009

even bellen

Tijdens het eten moet Klaas ineens even bellen. Hij grijpt mijn, speciaal daarvoor bestemde, want simloze oude Samsung.
'Wie ga je eigenlijk bellen?'
'Willemijn.'
'Maar die zijn op vakantie, gisteren naar Schotland vertrokken.'
'O.' Hij toetst wat cijfers in en drukt de telefoon tegen zijn oor. 'Frank?' vraagt hij. 'Frank?'
'Lieverd, die is toch met Willemijn mee?'
'O.' Hij blijft de hoorn stevig tegen zijn oor drukken. 'Frank?' En dan neemt de laatste blijkbaar op. (En waarom ook niet?) Een gesprek volgt.
Klaas: 'Ja. Ok. Goed? Willemijn? Pasta. Buiten eten niet. Wind. O, leuk. Ok. Doei.'
Een seconde later klapt hij de telefoon dicht, stopt hem in zijn broekzak en neemt een tevreden hap van zijn pasta.

dinsdag, juli 14, 2009

Suezkade - Siebelink

Een roman die zich afspeelt in Den Haag, op een categoriaal gymnasium, heeft bij voorbaat veel mee.

Mark Cordesius, het hoofdkarakter uit Suezkade, is een 26 jaar oude beginnende leraar Frans met zó'n uitstraling dat bijna al zijn nieuwe collega's bevriend met hem willen worden, hem de meest bizarre ontboezemingen doen of het bed met hem willen delen. Tegelijk is deze goedgeklede, trendy en aantrekkelijke leraar met sportauto een maagd met een traumatische jeugd. Moeders is namelijk vroeger ontvoerd. Nooit meer teruggezien.

Het verhaal dat zich vervolgens ontwikkelt, Mark valt voor een Marokkaans brugklasmeisje dat aan anorexia lijdt, is, vergeef me de woordspeling, zo mager en ongeloofwaardig dat je er zenuwachtig van wordt. Het eindigt met Marks publiekelijke kruisiging door de rector. En waarom? Vanwege een nooit gepubliceerde column van Mark waarin hij de rector van vreemdgaan beschuldigt. Natuurlijk. Alle reden dus voor de rector voor een publiekelijke afrekening.

Als klap op de vuurpijl wordt de poes vermoord, pleegt Mark maar zo'n beetje zelfmoord en erft het, wonderbaarlijk genezen, Marokkaanse meisje zijn familievermogen.

Tussendoor krijgen we wat kritiek op het onderwijs te verwerken, vaak terecht, passie wordt niet beloond, maar het is zo knullig en ongeloofwaardig verpakt dat het geen enkele betekenis heeft. Siebelink slaagt er wonderwel in de plank vaker te missen dan 'm te raken.

Het mooist is nog wel de sportauto waar Mark om de haverklap mee door de pagina's scheurt. Een cabrio waarmee hij zijn collega's blijkbaar ontzettend jaloers maakt, want wat rijdt Mark voor een vette wagen? Een mx-5, jawel, een Mazda!

Hemel, Siebelink, de plank was hier niet eens in de buurt. Leraren hebben weinig smaak, maar zó weinig...

zondag, juli 12, 2009

platenzaak

Jawel, het is ook uw schuld.

Vorige week aanschouwde ik wat er is overgebleven van de stoere en zelfverzekerde Haagse Plato. Verhuisd naar een pijpenla aan de overkant. Niks. Geen afdeling jazz meer. Dozen. Krap. Rommel. Schande.

Caminada is voor de liefhebber van klassieke muziek een begrip. Grote zaak op de Plaats. Welnu, dat was misschien wat teveel van het goede in deze tijden. Ze verhuisden naar de Javastraat. Iets minder op stand. Iets kleiner. Edoch... nog altijd chic genoeg, zelfs voor Den Haag.

Vandaag zag ik er een bordje "te huur" op de etalage hangen, naast lelijke posters die 30 procent korting op alles beloven.

Kan een stad als Den Haag zonder een winkel gespecialiseerd in klassieke muziek? Zonder een winkel waar met gepast dédain op de onnozele klanten wordt neergekeken? Zonder een winkel waar de verkoper na drie noten niet alleen de componist en de naam van het stuk, maar ook de uitvoerenden weet?

Retorische vraag natuurlijk. We moeten ons schamen. Ik heb gauw nog een cd'tje Bach aangeschaft. Geweten gesust. Beetje.

woensdag, juli 08, 2009

literatuur

Zojuist had ik een mondeling moderne letterkunde. Inmiddels kijk ik vanuit de mediatheek op de zevende verdieping van de faculteit uit over mijn oude stadsie. De Dom staat er lekker bij.

Tja, en dan moet je iets vertellen over Kopland, waarom we dan maar gewoon niet meer over stromingen moeten praten, maar wel over de vraag waarom die man zo goed is. Nu dat kan ik wel. Honderduit. Ineens bemerk ik een verwantschap met Bloem, die berusting. Bij Kopland is die heel wat minder wrang, maar toch. Alles gaat voorbij. Dat is niet cool. We moeten het er maar mee doen. Kopland weet nog van het heden te genieten. Bloem is blij omdat het allemaal nog veel erger had kunnen zijn.

Of waarom we geen lid meer zijn van de partij. Dat blundert wat af daar. Analyses volgens. Wensen.

En ik maar studeren op Vaessens en waarom Mutsaers nu wel of niet laatpostmodernistisch is.

Zo is dat in de wereld van de kunsten. Eerst moet je héél goed kunnen schilderen, om daarna Demoiselles d'Avignon te maken. Met over literatuur praten is het eigenlijk net zo. Maar dan heel anders.

maandag, juli 06, 2009

proost


We waren een jaar of zeventien. Vrijdagavond laat als de kroegen van Gouda gesloten waren, dronken Marijn en ik nog een laatste glas bij hem thuis. In werkelijkheid kwam het erop neer dat we de sigaren van Piet, Marijns vader, oprookten en zijn Beerenburg opdronken. En dat we de platencollectie verslonden. Don McLean, the Beatles, the Doors, maar boven alles Leonard Cohen. De plaat hierboven. The Greatest Hits. Als de vogeltjes al floten, draaiden we nog een laatste keer Sisters of Mercy. Voor het slapen gaan.

Die zomer reisden we naar Frankrijk. Paul, die ik kende van school, ging ook mee. Nog voor de grens liet hij de naam Cohen vallen. Onze vriendschap was bezegeld. Dat hij een seizoenskaart voor 020 bleek te hebben, werd hem vergeven.

Dat is zeventien jaar geleden. We durfden niet te dromen dat we de oude meester ooit nog eens in levende lijve zouden zien spelen. Afgelopen zaterdag kwam het er toch van. Dat is, Paus schreef het al, magisch. En het was zo buitengewoon dat we ons bevoorrecht voelden... ik heb de neiging er de hele wereld wekenlang mee lastig te vallen. Ik houd het hierbij. Of nou, nee, van de week nog een keer een songtekst, om het af te leren, maar vanaf dan is uw nodige portie Cohen uw eigen verantwoordelijkheid. Proost!

zondag, juli 05, 2009

de oude brombeer

Zó noemden we hem. Tot gisteravond. Wat een vitaliteit, wat een stem en wát een optreden. Leonard Cohen speelde gisteren het Sportpaleis in Antwerpen plat. Verbaasd, onder het kippenvel en eenvoudigweg gelukkig strompelden we na bijna drie uur naar buiten voor een pintje.

Suzanne, the sisters of mercy, famous blue raincoat, Chelsea hotel, bird on the wire, I'm your man, so long Marianne, hallelujah, if it be your will, dance me to the end of love... het hield niet op. Dat één mens zoveel prachtige nummers kan schrijven.

In de jaren zestig en zeventig een bepalende liedschrijver en zanger, oneindig vaak gecoverd (op dit moment staat een van zijn nummers op één in de hitparade), en alles gedaan, gedronken en gesnoven wat God heeft verboden, uiteindelijk vrede gesloten met de wereld en nu, 75 jaar oud, misschien wel op zijn best.

Het is flauw, maar woorden schieten tekort. Ik sluit af met de wens dat u veel naar Cohen zult luisteren en met de woorden waarmee hij gisteren afscheid van Antwerpen nam. "We are honored. Bless you. May you be with your friends and family, and if this is not your lot, may the blessings find you in your solitude."

Sincerely, L. Cohen.

woensdag, juli 01, 2009

en dan nu een mooie versie - Ed Kowalczyk - overcome - Parkpop