dinsdag, januari 27, 2009

striptekenen

Een kamikaze-kiwi en een relaxte banaan gaan samen naar het strand. Dat loopt niet goed af voor de banaan.

Nina leerde ons, 15 leerlingen en een leraar Nederlands, vandaag prachtig striptekenen. Het is ontzettend goed om dingen te leren waarvan je dacht dat je ze niet kon. De kiwi leek echt op een kiwi, en de banaan was daadwerkelijk relaxed. Nina vertelde veel over gezichtsuitdrukkingen. De stand van de mond en die van de wenkbrauwen. Het zijn trucs die Rubens en Rembrandt gebruikten. En ik nu dus ook.

Ter illustratie kregen we onderstaand filmpje te zien. Het gaat om de wenkbrauwen, de mond en de ogen van de sneeuwman. Hoe effectief. En grappig vooral ook.

zondag, januari 25, 2009

1-1

Kijk ze blij zijn. Zover is het dus gekomen. Slory heeft zojuist de gelijkmaker gescoord tegen Willem II. Een topspeler van een topclub zou kort de vuist ballen, de bal uit het net halen en richting middenstip lopen. De hele wedstrijd heeft Feyenoord maar wat aan gevoetbald, apathisch, inspiratie- en karakterloos. De spelers juichen. Ik zit op de tribune. Ik schaam me.

donderdag, januari 22, 2009

De Dijk

De Dijk, ik heb het eerder geschreven, dat is de rode draad in ons leven. Nu ja, een rode draad. Een mooie dikke. Van de week wonnen ze Neerlands belangrijkste popprijs. Onzin natuurlijk. De Dijk is de enige band die in Nederland rock & roll speelt. En soul. Het zou al reden genoeg moeten zijn, maar dan de manier waarop ze dat doen. Met vakmanschap en volledige overgave. Ik heb de band meer dan tien keer live zien spelen. In Amsterdam, Utrecht, Bergambacht, Alphen aan de Rijn, Mijdrecht, Rotterdam, Den Haag. Boeren of ballen. Geen enkele keer spatte de zaal niet uit elkaar van de opgewekte energie. Geen enkele keer werd er niet vol overgave gezongen en gedanst. Steeds was de wereld even een stukje beter. Goddank voor De Dijk. En die nieuwste plaat, Brussel, had ik het al geschreven? Pure rock-, roll- en soulpoëzie. Luisteren!

woensdag, januari 21, 2009

voetbalplaatjes

'Heeft hij nou een Feyenoordspeen in?' vraagt het kassameisje.
'Dat heeft ie zeker,' zeg ik. Klaas glimlacht.
Het meisje overhandigt me twee pakketjes met voetbalplaatjes. 'Dan is het maar te hopen dat er Feyenoorders bij zitten.'
'Inderdaad,' zeg ik, 'dat zou mooi zijn.' Klaas blijft glimlachen.
De boodschappen zijn afgerekend en ingepakt. We zeggen gedag.
En dan voegt het meisje ons met een glimlachje toe: 'En sterkte.'

maandag, januari 19, 2009

de filosoof peinst en eet tomatensoep



the night window

In de roman 'Je moet dansen op mijn graf' van Aidan Chambers las ik, lang geleden, over David Hockney. In De Slegte kocht ik een Taschen-boek en was een instant fan. Diezelfde middag schafte ik een zelfde boekje aan met schilderijen van Edward Hopper (het was twee voor de prijs van één).

Hockney is sexy en leeg. Zwembaden. Hopper is een goudmijn voor schrijvers. Elk beeld vertelt een verhaal. Hopper maakt ons voyeur. We spieden door ramen en vensters kamers binnen en zien wat we niet horen te zien. Meestal is dat verlatenheid. Of eenzaamheid. Soms is het makkelijker.

Dit, hierboven, is een kwestie van de juiste seconde schilderen. Het verhaal dromen we er wel bij. Een meester, die Hopper.

Tragisch genoeg is zijn werk in Europa nauwelijks te zien. In Keulen heb ik ooit bijna een prachtige serie Hoppers gezien. In het echt. In de stad hingen affiches. Hopper-expositie! Hijgend van opwinding kwam ik de volgende morgen Museum Ludwig binnen. Precies drie dagen te laat.

vrijdag, januari 16, 2009

vliegtuig in rivier

In de wetenschap dat het allemaal goed is afgelopen zijn de plaatjes natuurlijk prachtig. Een vliegtuig landt in de Hudson en is daarmee poëzie had Neerlands mooiste dichter kunnen schrijven.

Interessant blijft het altijd als werkelijkheid en fictie door elkaar lopen. Net als 9/11 is dit een speelfilm, maar dit keer feelgood en met Tom Cruise als piloot.

Bert Schierbeek dichtte ooit een enorme tanker op een verkeerskruispunt midden in de stad. Gisteren landde een vliegtuig in de Hudson. Poëtischer dan dat wordt het dagelijks leven doorgaans niet.

woensdag, januari 14, 2009

Grace is gone

Het begon met een, al bijna ontroerende, recensie van Remke de Lange in Trouw (ze zette de film zelfs op 1 in haar jaarlijst). Maar John Cusack, denk je dan. Leuke acteur, maar... Soms kun je aangenaam verrast worden.

Kleiner dan dit kan een film haast niet. Een vader, verkoper in een meubelwinkel, krijgt te horen dat zijn vrouw, soldaat in Irak, is omgekomen. Hij kan het zijn twee dochters, van acht en twaalf, niet vertellen en neemt ze mee in een lange autorit naar een pretpark. Een bijzondere roadmovie. Drie keer belt hij zijn eigen antwoordapparaat waarop de stem van Grace staat en spreekt een boodschap voor haar in. 'Ik kan het ze niet vertellen. Help me.'

En dan Cusack. Hij is onherkenbaar, onbeholpen en zelfs enigszins onsympathiek. Morsig. Geachte lezer, deze film is beeldschoon omdat hij niet mooi wil zijn, maar bloedecht is. Het einde is adembenemend. Kijken.

Mario

Houdt het dan nooit op. Een vraagteken is overbodig. Op Rijnmond wordt gezegd dat Mario Been bedankt heeft. Wel, dan is de zaak reddeloos verloren. Als de naam Van Hanegem valt, zijn we voorbij alle reden. De spelersgroep schijnt die laatste te willen... Nu zeg ik u. Des te meer reden om het niet te doen. Het is de wanhoop voorbij. Nee. Laat er in naam van de Lieve Heer nu alsjeblieft iemand opstaan bij Feyenoord die de overtuigingskracht heeft om de enige juiste man over te halen om naar Zuid, naar huis te komen. Dus. Mario? Jongen. Kom op. Alsjeblieft? Krijg je alle consumptiebonnen die je maar wilt.

zondag, januari 11, 2009

medaille

Zaterdagochtend. Iets te vroeg. Katerig. En dan dit beeld. De Rottemeren.

Duursporters zijn malloten. Dat heb ik altijd gevonden. Sinds gisteren begrijp ik ze weer een beetje. Het geluk was gisteren immens en het was niet alleen het gewone geluk van goed gezelschap en de schoonheid om ons heen, maar het was ook fysiek. Mijn lijf heeft de hele tocht, en vooral na afloop gejuicht. Prachtig, zuiver en aanraakbaar geluk.

En het allermooiste is. Ik kreeg een medaille. Een echte. Ik ben weer twaalf.

maandag, januari 05, 2009

East of Eden (Kazan, 1955)

Cal strijdt om de liefde van zijn vader. Broer Abel, het mag niet verrassen, overleeft de strijd niet. Vlak voor het einde van de film vertrekt hij stomdronken met de trein naar het oorlogsfront. Vader ziet het gebeuren en stort terplekke in. Cal, verantwoordelijk voor de vlucht van Abel, blijft over om zijn vader te verzorgen. De woeste sheriff bijt hem toe: 'in het bijbelverhaal had de broer tenminste nog het fatsoen voorgoed te verdwijnen', maar aan het einde van de film is diezelfde broer domweg gelukkig.

Over poezie gesproken. Vanmorgen las ik onderstaand gedicht. Van de dichter, Paul Verbruggen, had ik nog nooit gehoord. En van James Dean wist ik niet dat hij eigenlijk een bijzonder goed acteur was. Zo leert een mens nog wat tussen al het leven door.

Paradise Lost

Hij ligt languit te slapen op de grond
en ronkt. Smoordronken.
Zo pas werd Abel thuis gebracht,
het hoofd omwonden. Dood misschien.
Gevallen om het licht. Het licht
dat om hem was. Licht niet van hier.
Waanzinnig stort de moeder in 't vertrek.
De wanhoop met waaiend haar.
Zij zoekt in kasten en laden,
doorwoelt gejaagd de linnendoos,
en in 't voorbijgaan schoppend naar haar man,
dwaalt zij de kamer uit.
De papegaai hangt in zijn kooi
de kop omlaag en vloekt.

vrijdag, januari 02, 2009

bospark de bikkels





weerwolven

Het is weer dag geworden. Nu zijn we nog maar met vier.
'Ik ben een burger,' zeg ik.
'Ik ook,' zegt Marijn.
Hij liegt. Er zijn nog twee weerwolven, een ziener en een burger in het spel. Ik ben burger. Mijn leugenachtige vriend is weerwolf. Mijn hoop vestigt zich op Blaak. Hij is burgemeester.
'Blaak,' zeg ik, 'jij bent de ziener. Dat moet. Zeg dat je de ziener bent.' Hij lacht. De schoft. De weerwolf. Ik ben ten dode opgeschreven. 'Rita,' zeg ik, 'please believe me, they're the werewolves, we have to kill one of them, and we have to do it now!'
Marijn en Blaak grijnzen. 'I'm a civilian,' zegt Marijn, 'trust me'. Rita twijfelt. Ik hef beide handen ten hemel. Mijn twee vrienden gaan me omleggen. Later wordt het nacht. Als het weer ochtend is, leven er geen mensen meer in Wakkerdam. Blaak en Marijn drinken tevreden een borrel. Rita en ondergetekende kennen geen dorst, wij zijn dood.