zondag, december 30, 2007

gerechtigheid

In de 88e minuut scoort Gerald Sibon de gelijkmaker thuis tegen Feyenoord dat daarmee de koppositie op doelsaldo aan PSV moet laten. Heerenveen is, als we de radiocommentator moeten geloven, en dat doen we, de hele wedstrijd beter geweest, is blijven knokken, blijven geloven en ontving daar uiteindelijk de terechte beloning voor. Wat kan gerechtigheid toch oneerlijk zijn.

renner

Vanmorgen heb ik mijn eerste kilometers als wielrenner gemaakt. Achter de duinen naar Hoek van Holland, waar een rood schip zacht ronkend de Noordzee in gleed, en weer terug. Op de oude, prachtig grijze Viscount van mijn schoonvader. Volgens Gertjan moet ik streven naar een mooie 25 kilometer per uur, de Bolle Beer uit Vleuten is ambitieuzer en houdt het op 30. Hoe dan ook, onderweg bleek mijn digitale tellertje het niet te doen, maar ik meende een lekker tempo te draaien. Ik hoorde een zoefje. Een treintje van bejaarde mannen stoof voorbij. Met het snot voor ogen probeerde ik een seconde of wat om aan te klampen. Tevergeefs. De opa's verdwenen aan de horizon. Deze eenzame fietser reed verslagen en toch volmaakt gelukkig richting Den Haag. Prachtige vergezichten. Goed leven, dat fietsen.

donderdag, december 27, 2007

leve de republiek

Leve de Republiek. Van mij mag het koningshuis vandaag nog afgeschaft worden. Linten knippen met die hap. Dat vindt Geert Wilders inmiddels ook. Om de verkeerde reden. Hij voelt zich bekritiseerd door de koningin. Ze heeft zich in haar kersttoespraak met een oproep tot verdraagzaamheid te multicultureel geuit. Ligt de verdraagzaamheid in het werkterrein van de politiek? Mag de koningin daartoe oproepen? De Kamer vindt van wel. Een vreemde paradox. Maar verdraagzaamheid is natuurlijk een universele waarde, een ieder die zich tegen daar tegen keert, vormt een gevaar voor het land. Niet andersom. Desalniettemin... leve de Republiek!

zondag, december 23, 2007

Langs de Lijn

Niets is zo heerlijk als NOS Langs de Lijn. De jingle. De presentatoren. De plaatjes die worden gedraaid en onderbroken vanwege doelpunten (na een nummer van Frans Bauer kondigde Tom van het Hek eens af met: "bij sommige platen hoop je op een doelpunt"). De rondjes langs de velden. Volgend jaar wil de NV Eredivisie de wedstrijden na elkaar laten spelen. Zonde. Het is de charme van radio. Ajax en Feyenoord speelden vandaag tegelijk, uit tegen respectievelijk Excelsior en NEC. Terwijl de Kralingers hun tweede maakten, scoorden de andere Rotterdammers in Nijmegen. Heerlijke radio. Beter dan televisie, maar dat lijkt niemand te begrijpen.

muts

Op het Copernicusplein sta ik te wachten voor het rode stoplicht. Naast me staat een jongetje van een jaar of acht. De door zijn moeder gebreide sjaal zit stevig om zijn nek gebonden. Het jochie kijkt me onderzoekend aan. 'Meneer?' zegt hij aarzelend en vragend tegelijk. 'Ja?' Even staart hij naar zijn voeten, dan kijkt hij me in de ogen. 'Ik zie, ik zie wat u niet ziet,' glimlacht hij, 'en het is grijs.' Ik kijk opzij. In de spiegelende etalageruit van een winkel in vloerbedekking zie ik mijzelf staan. En zonder aarzeling antwoord ik: 'mijn muts'. Het kleine kereltje kijkt me oprecht verbaasd aan. Beteuterd mompelt hij: 'ja'. Het licht spring op groen. 'Dag meneer,' roept hij en verdwijnt de hoek om.

donderdag, december 20, 2007

ledikant

Vader en zoon reizen af naar de kinderbeddenwinkel. Samen met een lieve verkoopmevrouw kiezen we een hip wit ledikantje en een geavanceerd binnenveringsmatras uit. Klaas wordt groot. Hij groeit uit de wieg. In zijn kamer knutsel ik 's middags, terwijl meneer kritisch toekijkt, het bed in elkaar. De nieuw aangeschafte lakens zitten al in de was zodat ze lekker naar thuis ruiken. 's Avonds maak ik het bed op en leg z'n favoriete knuffel klaar. Om half acht heeft de jongeheer goed gegeten en gedronken. Bedtijd. Met zacht licht stop ik hem toe en zing zachtjes dat hij lekker moet slapen. Als ik de deur achter me dichttrek begint het. Zachtjes huilen. Hard huilen. Krijsen. Ik loop heen en weer. Geef een speentje. Aai over zijn buik. Zing nog een liedje. Ga in het donker naast hem zitten. Om vijf over negen geef ik het op. Ik haal hem uit zijn spiksplinternieuwe bed en leg hem in zijn oude wieg. Hij ligt, draait zijn hoofd opzij, sluit zijn ogen en slaapt. De hele nacht niet meer gehoord.

dinsdag, december 18, 2007

Eastern Promises

Havana op het Buitenhof is een concept, nauwelijks een café, er zijn geen bierviltjes. Marijn en ik bespreken naar aanleiding van Grunbergs Tirza het manco van de Nederlandse literatuur: het plot. Dat ontbreekt. Schrijvers gebruiken hun boeken en personages om als cabaretiers hun ideetjes en kijk op Nederland te ventileren. W.F. Hermans is de uitzondering die de regel bevestigt en Reve heeft het gezwets tot Kunst verheven, maar verder... Later zien we Eastern Promises van Cronenberg. Een vroedvrouw, de onderwereld van Londen, een baby, een ijzingwekkende scène in een badhuis, Naomi Watts en de onvoorstelbare mooie kop van Viggo Mortensen die een goede en slechte man tegelijk speelt. Dat kunnen alleen de groten. Voortdurend op het puntje van de stoel. Als de aftiteling in beeld verschijnt, kijken we elkaar aan en denken hetzelfde: dit is een plot. De Engelsen, die kunnen een verhaal vertellen. Het afpilsen geschiedt in de Zwarte Ruiter. Een café met bierviltjes.

vrijdag, december 14, 2007

Tony Soprano is dood

Tienduizenden mensen dachten dat hun kabel er uitlag. Het einde van de Sopranos. In een fractie van een seconde, midden in een scène, ging het geluid uit en het beeld op zwart. Pas na een paar tellen, die een eeuwigheid leken te duren, kwam de aftiteling in beeld, maar nog steeds geen muziek. Op weblogs over de hele wereld wordt eindeloos gediscussieerd over de vraag of we getuige zijn geweest van de moord op Tony. Verwijzingen. Sinaasappels. Een kat. Een verborgen boodschap in een schilderijtje aan de muur. Muziekteksten. Het lijkt de dood van Paul McCartney wel. De laatste scène: De familie Soprano zit in een restaurant aan tafel te wachten op dochter Meadow. Elke keer als het deurbelletje gaat, kijkt Tony op. Steeds komt iemand anders binnen. Aan de bar zit een man met op zijn jas "members only" (de titel van een eerdere aflevering waarin T. werd neergeschoten). De man verdwijnt naar het toilet (denk aan Michael in Godfather I). Dan rent Meadow, na eindeloos inparkeren, de straat over, ze bereikt het restaurant. Het deurbelletje klinkt. Alles gaat op zwart. Een prachtig einde van een prachtige serie. Hoe dan ook. Christopher Moltisanti, Silvio Dante, Bobby 'Bacala' Baccalieri, Phil Leotardo, Paulie Gaultieri en Tony Soprano. Ze zullen worden gemist.

ingewikkeld

De ideologie van neoconservatieven is heerlijk. Je hebt goed en je hebt fout. Het goede moet tegen het kwade optreden, desnoods met harde hand. Punt. Dat het goede daarmee soms tegen het kwade aan schurkt, denk aan het inperken van vrijheden om "onze manier van leven" te beschermen, maakt het lastig, maar verandert niks aan de zaak. Wij goed. Zij fout. Lekker. En vaak terecht. Wat zeg ik? Vaak? Bijna altijd terecht. Geef een moslima een tubetje lipgloss en je weet weer hoe het zit.
In Marokko is door een woedende menigte en een daartoe bevoegde rechter een tweetal mannen veroordeeld voor het nabootsen van een huwelijk. Vijf van hun 'bruiloftgasten' kregen ook celstraf. In Amerika zullen deze mannen de cel niet indraaien, maar trouwen mogen ze er evenmin. Dat is namelijk Fout. En net als de moslims hebben de Amerikanen het Gelijk, want Allah/God, aan hun zijde.
Op de geweigerde foto's van Sooreh Hera staat niet zoveel. Maar hoe irritant dat ze, voordat men überhaupt wist van het bestaan ervan, zelf de pers opzocht om te zeggen hoe stoer het Gemeentemuseum was om haar beledigende plaatjes op te hangen. Op dat moment kregen ze daar, terecht, het gevoel voor Hera's anti-moslimkarretje gespannen te worden. Sooreh Hera heeft eigenhandig van haar kunst een politiek pamflet gemaakt. Zonde. Het zijn mooie foto's... Allemaal suggestie. De moslims die daar het hunne van denken zijn viespeuken. Laat Allah het niet horen, maar ja, die heeft geen tijd. Hij heeft het veel te druk met het inzegenen van het huwelijk tussen de Marokkaanse Fouad en zijn geliefde. Want de liefde, de liefde is Goed. Daarover zijn de Goden het al eeuwen eens.

donderdag, december 13, 2007

Boxer van The National

Sommige mannen van begin dertig verdienen hier en daar nog opvoeding. Blaak doet het cinematografische werk, Gert de hippe popmuziek, verder blijf ik autodidact. Deze zomer verscheen het vierde album 'Boxer' van the New Yorkse formatie 'the National'. Tindersticks, the Smiths en Nick Cave samengesmolten. Dat belooft veel. Boxer is zo'n zeldzame plaat die bij eerste beluistering prachtig is, maar elke volgende keer beter en interessanter wordt. Ingetogen rock. Somber. Fris. Het openingsnummer 'Fake Empire' start met piano en het donkere stemgeluid van leadzanger Matt Berninger, en als na het tweede refrein de andere bandleden, en met name de drums zich erin mengen, raak je het album ingezogen. Het is muzikaal allemaal erg interessant, piano, akoestische gitaar, vleugje accordeon, koper en een zeldzaam bijzondere drummer. Zo nu en dan lijkt ook Leonard Cohen even om de hoek te kijken, maar dan met wat speed in zijn donder. Het is onzin om nummers als 'Start a War' en 'Gospel' in het bijzonder te noemen. Knappe gast die een minder nummer weet aan te wijzen. Boxer van The National. Verplicht in elke kast. Dank Gert!

woensdag, december 12, 2007

Messiah

Het was waarschijnlijk om ons te paaien, maar wij hoorden rond kerst thuis de 'young messiah' van the New London Chorale, een gepimpte popversie met Vicky Brown. We vonden het prachtig, dansten door het huis en zongen alle nummers van begin tot einde mee. Alhoewel ik die hippe versie al jaren niet heb gehoord, vermoed ik dat ik hem nog steeds best leuk vind. Zo'n versie is voor puristen natuurlijk vloeken in de kathedraal, maar het had toch ook wel iets. Veel later pas begreep ik dat the New London Chorale vooral zo goed was omdat George Friedrich Handel simpelweg de kerk uitswingt. De Messiah is pure rock en roll. Kijk maar eens naar de actiefilm Face Off waarin Nicholas Cage als de ultieme bad guy, verkleed als priester, in een hip gebouw met de Messiah meedanst en zingt. Hij knijpt een mooi meisje in de billen. Trekt dit gezicht. Hallelujah.

Klaas op Kijkduin

Heus en Metgod

We hebben het nog in een plakboek ergens, een krantenberichtje en de kaartjes. Susan en ik hadden verkering en we gingen uit. Op zondagmiddag naar Feyenoord. De stoeltjes in de Kuip waren nog zwart. Susan was dol op Henke Larsson. Ik op Kiprich. Het was de laatste wedstrijd van John Metgod. 1994. Twee keer kregen we een penalty. De eerste keer nam Ruud Heus hem gewoon, maar de tweede keer kon Metgod er niet meer onderuit. Hij moest. En zo kwam het dat John Metgod in zijn allerlaatste wedstrijd in het betaalde voetbal scoorde. Het was tegen VVV. Einduitslag: 5-0.

woensdag, december 05, 2007

nieuwe herinneringen van Remco Campert

Met Remco Campert begon voor mij de poëzie. Mijn eerste twee dichtbundels waren "Dit gebeurde overal" en "Scènes in Hotel Morandi". Als scholier zag ik hem twee keer optreden met Jan Mulder in de Goudse Schouwburg. Later vaker. Een keer zat ik naast hem in de tram. Hij stapte uit op het Leidse Plein. Ik, bedeesde jongeling, ging verder. Inmiddels benadert de dichter de tachtig. Goddank belet dat hem niet om een nieuwe bundel uit te brengen. Nieuwe herinneringen. Het is vitale poëzie waarin afscheid genomen van overleden vrienden, maar waarin de dood gelukkig nog altijd wordt bestreden. Als in het gedicht 'Willem van Malsen': "toch, als hij daar zo ligt/ademloos, geen spier vertrekkend/vertrouwen we het zaakje niet/hij voert vast iets in zijn schild." Campert kijkt terug. Het gedicht 1944 is een vervolg op "januari 1943" uit Scènes in Hotel Morandi, dat ging over de dood van zijn vader. Nu staat zijn moeder centraal. De vader komen we ook weer tegen in het jazzy, paginalange 'solo in een drankzuchtige aprilnacht', een associatieve improvisatie, lijkt het, waarin rekeningen worden vereffend en met het verleden afgerekend. In het heden bindt de dichter nog altijd de strijd aan met de tijd. En hij is, als altijd, prachtig poëticaal. Twee gedichten hebben de titel poëzie. "Van mooie poëzie heb ik nooit zo erg gehouden." Het slotgedicht is gericht 'aan de poëzie'. De laatste regels hebben me enorm ontroerd. Ik plaats het hieronder in zijn geheel. Laten we alsjeblieft nooit afscheid nemen van Remco Campert.


AAN DE POEZIE

Wil je me verlaten, poëzie
om halfvier in de middag
in de Rue du Four
als boven me de lucht zich sluit
in zwart geweld
als een straathoek tegen me opbotst
en ik kan de mensen niet meer tellen

wel, dat zal je nog niet lukken
ik houd me vast aan de paal van bus 39
en besluit in een duizelend moment
dat ik niet accepteer
dat je je van mij wilt losrukken
als een vrouw van haar oude minnaar
die geen rechten meer heeft

later in het parkje bij Sèvres-Babylone
waar een draaimolen kreunend zijn walsje draait
waar onder de bomen die zwarte meneer zit
met zijn grijze stoppelbaard en kartonnen koffer
en die voltallige familie die nergens kan slapen
en het Amerikaanse meisje
dat 's avonds naar het concert gaat
met die aardige jongen die ze ontmoette
en die haar voorlas uit Prévert
ben je weer aanwezig

vrienden voor altijd
vergeet dat niet
sterven is geen excuus