vrijdag, juni 29, 2007

squashschoenen

De Fahrenheitstraat. In de kapperszaak praten twee geblondeerde dames over een nieuw televisieprogramma: "dames in de dop". De bedoeling is, leggen ze me uit, om van asociale wijven nette dames te maken. 'Gaat nooit lukken,' zegt de vrouw naast mij, 'de meesten kennen nauwelijks normaal Nederlands praten. En je ken ze wel een jurk aantrekken, maar dan zijn het gewoon snollen in jurken. Niet dan?'
In de sportwinkel naast de kapperszaak verkopen ze alleen felgekleurde glimmende squashschoenen. Als ik om iets 'soberders' vraag, kijkt de verkoper me onbegrijpend aan. 'Gewoon blauw of zo,' probeer ik. 'Dit zijn heel goede schoenen, hoor,' antwoordt hij. Ik kijk naar een rek met Feyenoordshirts. 'He,' zeg ik om van onderwerp te veranderen en ik beweeg intussen stiekem richting uitgang, 'die zullen wel goed verkopen de laatste dagen.' 'Omdat Van Bronckhorst komt,' bromt de man chagrijnig, 'verkoop ik heus niet ineens meer shirts.' Ik denk aan mijn lieve vriend Blaak die vergeten is op tijd zijn seizoenskaart te verlengen en nu in de rij staat voor de kassa van De Kuip. In de stromende regen. Ik sta bij de uitgang. 'Geen schoenen?' vraagt de man. 'Geen lelijke,' zeg ik en loop de zaak uit.

woensdag, juni 27, 2007

't can verkeeren

't Can verkeeren, zei Bredero met zijn goede gedrag. En gelijk had ie. Zaten we een week of wat geleden nog in zak en as en deden de apothekers in regio Rijnmond goede zaken met de verkoop van anti-depressiva. Inmiddels kan die schaal net zo goed direct naar Rotterdam gebracht worden. De glaszetters in de omgeving van de Coolsingel gaan gouden tijden tegemoet. De uitverkoop in de fanshops is per direct opgeheven. Hangjongeren nemen zomerbaantjes. Werkelozen snellen zich naar het arbeidsbureau. Lammen gaan lopen, blinden zien. Op naar De Kuip. In de rij voor de kassa. Het ene moment mag je blij zijn als een matig getalenteerde linkspoot overweegt eens een kijkje te komen nemen. Vandaag staan de internationals praktisch in de rij om hun handtekening te mogen zetten en in Nederlands mooiste voetbalshirt te poseren voor het journaille. Mijn broertje vatte mijn sentimenten keurig samen in een sms-je: "Gio, Tim, Kevin, Roy... het begint erop te lijken... maar jij zit natuurlijk te wachten op Dirk..." En zo is het. De allerbelangrijkste versterking laat nog even op zich wachten. Maar nog een paar dagen... en dan is ze geboren.

zondag, juni 24, 2007

Roman Polanski en Charles Manson

In 1969 vermoorden leden van de sekte van Manson op bloederige wijze Sharon Tate, de hoogzwangere vrouw van Roman Polanski, en een drietal huisvrienden. Vijf jaar later, vlak na de premiere van Chinatown, wordt Polanksi beschuldigd van verkrachting. Hij zou in het huis van z'n vriend Jack Nicholson het dertienjarige meisje Samantha Geimer hebben gedrogeerd en seksueel misbruikt. Schuldig of niet, Polanski 'vlucht' naar Frankrijk. A.F.Th. zag hier een mooie 'what if' in. Hij laat in zijn roman 'het schervengericht' Polanski tot drie maanden cel veroordeeld worden en zet hem in dezelfde gevangenis als Manson. Dankzij vermommingen kennen de twee elkaars identiteit niet. Ze werken samen. De spanning is te snijden. Polanski komt alsmaar dichter bij de waarheid, maar durft die niet te geloven. Vanaf het moment dat beide heren elkaars identiteit wel kennen, houdt 'het schervengericht' op een goed boek te zijn en begint een eindeloos vulgair en quasi-filosfisch 'gedoe'. Het is vulgair omdat de misdaad van Manson tegenover die van Polanski wordt gezet, omdat Manson eindeloos met zijn theorietjes aan het woord is en omdat de romanfiguur Polanski ernaar luistert. Mansons theorie over een aankomende rassenoorlog die door de negers wordt gewonnen, waarna hijzelf de macht overneemt, is nauwelijks interessant genoeg om tien pagina's mee te vullen, A.F.Th. vult er honderden pagina's mee. Wat Mansons aantrekkingskracht is, hoe hij mensen zover heeft gekregen voor hem te moorden, dat zijn vragen die het waard zijn beantwoord te worden, maar die worden in de 1052 pagina's tellende roman niet eens gesteld. Ook wordt de lezer opgescheept met een bijzonder uitgebreid relaas over de misdaad van Polanski, veel verrassends of nieuws biedt het niet.
Het is verwonderlijk hoe A.F.Th. al zijn karakters met dezelfde tong laat spreken. Elk karakter, van gevangenbewaarder tot filmregisseur, van psychopaat tot aankomend filmsterretje spreekt in woordspelingen en spitsvondigheden. Zonder onderscheid. Intussen wordt er vrolijk verder verteld. De slachtpartij krijgen we mee vanuit het perspectief van de ongeboren baby. Een creatieve vondst, maar ook die spreekt in dezelfde A.F.Th.-taal. Erudiet. Het eindeloze gefilosofeer brengt de regisseur en de massamoordenaar tot obligate constateringen als "de eeuwigheid van niet-bestaan voor de geboorte is eigenlijk beangstigender dan de eeuwigheid na de dood". Natuurlijk.
In deze roman van meer dan 1000 pagina's schuilt een goed verhaal van 250 pagina's. Misschien. Eigenlijk is het schandalig wat de auteur in deze roman doet. Met al die filosofietjes over goed en kwaad en dood en leven ridiculiseert hij de moord op Polanski's vrouw, ongeboren kind en vrienden. En dat is, gezien de gruwelijkheid van de werkelijkheid, een hele prestatie. Soms blijkt de werkelijkheid veel te belangrijk voor een fictieve roman. In dit geval misschien wel meer dan ooit.

donderdag, juni 21, 2007

telefoon

Zelf heb ik er inmiddels ook last van. Bij Joke op de kamer gaat mijn telefoon. Voor de zekerheid kijk ik naar het display. "Susan belt". Mijn hart slaat op hol. Ik ren de kamer uit en neem op. Normaal bellen is er niet meer bij. Met een hoogzwangere vrouw is elk telefoontje verdacht. Als ik mijn moeder bel, neemt ze met een gespannen en vragend 'ja?' op. 'Niks bijzonders,' zeg ik snel, en dan kunnen we een normaal gesprek gaan voeren. Met vrienden precies hetzelfde. Ik durf nauwelijks nog iemand te bellen. Steeds krijg ik het verwijt: 'Ik schrok me rot, man. Ik dacht dat het zover was.' Steeds moet ik iemand teleurstellen. Het komt nog tot een punt waarop ik eerst een geruststellend sms-je moet versturen alvorens ik kan bellen. Het is met andere woorden de hoogste tijd. Onze Dirk moet onder de mensen gaan komen, maar voorlopig zit ze nog lekker in de buik van haar mooie moeder.

maandag, juni 18, 2007

Zen uit eigen werk

In een toegankelijke bundel blijken de gedichten die niet in een keer te duiden zijn meestal het meest interessant. Zo is het ook met Goudeseunes 'Zen uit eigen werk'. Het leest allemaal lekker weg, de bundel is vol van luchtig geschreven spitsvondigheden, maar beklijven wil het niet vaak.

gezocht

meisje met wie ik nooit
naar een begrafenis
zou gaan.

Het meisje is als Goudeseunes poezie, daar kun je op een begrafenis ook niet mee aankomen. Wat erg opvalt, is de neiging van de dichter om zijn gedichten een regel te lang te maken.

seizoenen

Wat doet die boom nou?
'Raap dat meteen op!'
zou een moeder zeggen.
Maar de herfst heeft geen moeder.

Het begint goed. Zo'n zin hakt er in. Van de week probeerde ik die zin in een 2e klas. "Maak er maar een gedicht mee." Er kwamen leuke dingen uit. Goudeseune vervolgt met wat een moeder zou zeggen en stelt daarna vast dat de herfst geen moeder heeft. Die laatste zin doet afbreuk aan de charme van de opening. Het woordje "zou" in de derde regel maakt de mededeling ook overbodig. De enige toevoeging is dat 'de boom' vervangen is door 'de herfst'. Dat die geen moeder heeft, levert een mooie poetische zin op, maar die is in dit gedicht niet op zijn plaats.
In de bundel is ook een boel moois te ontdekken. Het gedicht "Ieper" waarin de onschuld van meisjesborsten wordt vergeleken met die van een jonge soldaat die in WO I ten strijde trekt, bijvoorbeeld. In de geslaagde gedichten lukt het Goudeseune om achter zijn lichtvoetige taal iets te laten gloren dat niet meteen duidelijk is, en ook niet meteen om een verklaring vraagt. Het geldt voor onderstaand gedicht dat aan Nijhoff doet denken. Alleen opnieuw die ene zin te veel. Jammer.

Meer

Ik zag je naam op een binnenschip.
Op het dek lag een vrouw te baden in de zon.
Er was een hond die op en neer liep
en naar luchtbellen blafte

of naar vissen die vanuit de diepte iets wilden zeggen
en niets aan de rivier veranderden,
aan haar gang, aan hoe ze daar tussen twee oevers lag
als in de armen van een man.
Er was een schipper die traag naar mij wuifde.

En? Niets. Er gebeurde niets.
Zo is het geweest.
De boot voer voorbij
en ook de deining verdween.

Nu nog wuiven, heeft dat zin?

donderdag, juni 14, 2007

Lorretta Lux en Piero della Francesca

De graaf van Urbino brak bij het sporten zijn neus. In de 15e eeuw was de plastische chirurgie van een twijfelachtig niveau. Schilderen ging stukken beter. In de 21e eeuw kan de kunstenares niet kiezen: foto of schilderij. "Three wishes" heet het. Het meisje zit niet in een landschap. Dat is er achter geplakt. Net als bij de graaf.


woensdag, juni 13, 2007

Kouwenaar

Bij het beoordelen van poezie spreekt men al gauw in de termen: licht en zwaar. Dit betreft natuurlijk de vraag of een dichter toegankelijk is. Hoe makkelijker te begrijpen, hoe lichter de dichter. Daar komen over het algemeen al gauw waardeoordelen aan te pas. Het is noodzakelijke armoede. 'Kwaliteit' is immers nauwelijks uit te leggen. Dat kun je alleen maar laten zien. En dan merk je al gauw dat zwaar en licht er niet meer toe doen. De dichter Koenraad Goudeseune (over wiens 'Zen uit eigen werk' later meer) meldt over Kouwenaar dat je hem zo vaak moet lezen om hem te begrijpen, daarom leest hij liever anderen. Dat betekent dat onderstaand gedicht aan hem voorbij gaat. Eeuwig zonde.

totaal witte kamer

Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen –

dinsdag, juni 12, 2007

Trouw

Niks "misschien wel". Gewoon de beste krant van Nederland. Vandaag opent Trouw als volgt: Broeikastoeristen willen de ijskappen zien voor ze smelten.
Amerikaanse toeristen willen met eigen ogen het poolijs van Groenland zien, vóórdat het smelt. En ze komen natuurlijk met het vliegtuig.

maandag, juni 11, 2007

zomerstop

De fan moet het doen met geruchten. Wekenlang. Van Bronckhorst komt. Van Bronckhorst komt niet. Adriaanse komt. Adriaanse komt niet. Er zijn nieuwe investeerders. Makaay komt. Makaay komt niet. Perez komt. Perez komt niet. Van Marwijk komt? Hij gaat naar Frankrijk op vakantie. Zonder contract op zak. Er is geen geld. Van Bronckhorst mag toch weg bij Barcelona. In Argentinie loopt een leuke linksbenige centrale verdediger van zes miljoen. Er zijn websites die gemiddeld 10 nieuwsberichten per dag publiceren. En er is al weken geen nieuws.

woensdag, juni 06, 2007

3B en de zin van het leven

Na een klassikale discussie over de donorshow en de vermeende homoseksualiteit van Tinky Winky blijven Jason en Pieter na de bel hangen. Het klaslokaal raakt langzaam leeg. Beide mannen gaan op een tafel zitten. Pieter denkt veel en lang na over de zin van het leven. Ik heb hem aangeraden om Titaantjes te lezen, alhoewel ik stiekem twijfel of dat helpt. Jason heeft besloten dat ons levensdoel is om 'gelukkig te worden'. Dat is Pieter te makkelijk.
'Wat is geluk?' wil hij weten en hoe weet je wanneer je gelukkig bent, en als je het bent, moet je het dan blijven of juist niet omdat je anders niet opnieuw kunt proberen het te worden. We praten erover. We komen er niet uit.
'Ben jij weleens gelukkig?' vraag ik Pieter.
Hij schudt zijn hoofd. 'Ik denk te veel na.'
'Echt waar joh?'
Jason wel. Hij heeft vorige week de Grand Canyon nog gezien.
'En u meneer?'
'Mannen,' zeg ik, 'ik ga zo dadelijk naar het zonnige Zuiderstrand. Het is een beetje Rene Froger, maar geluk zit, denk ik, vaak in momenten. Zoals nu, even met jullie praten, daar word ik ook gelukkig van.'
Eventjes kijken we alle drie stil uit het raam.
'Dat gebeurt vaak,' zegt Pieter dan, 'dat het stellen van de vraag eigenlijk het antwoord is. Mooi.'

En daar doen we het mee voor vandaag. De meester gaat naar het strand. Ellende, dat onderwijs.

maandag, juni 04, 2007

Bert

Het wordt Bert. De man die Feyenoord naar de mooiste prijs van de afgelopen decennia heeft geleid. De man die Robin van Persie in zijn laatste seizoen uren en uren en uren op de bank heeft laten zitten. De man om wie Bosvelt naar Engeland verdween. En de man die altijd rust en klasse uitstraalt. Voordat hij naar Feyenoord kwam, droeg hij trainingspakken op de bank en rookte hij shag. Met beide is hij met zijn komst naar de Stadionclub opgehouden. Bert. Hij is niet de Verlosser. Bert zal ons wel geleiden naar grazige weiden en hij voert ons al zachtkens aan waatren der rust. Drie jaar op rij derde worden. Dat is Bert.

reünie

Als je dik bent, moet je niet naar reünies gaan. Hij had beter moeten weten, maar staat in de aula van zijn oude school naast de tafel met de flessen lauwe prik, een enorme koffieketel en opgestapelde blikjes bier. De stroopwafel plakt vast aan zijn gehemelte. Bij de ingang achter de tafel met de naamkaartjes staat Isabel. Er was een tijd dat hij alleen al bij het horen van die naam een beginnende erectie kreeg. Dat was toen. Ze zijn tien jaar, en hij 43 kilo, verder.
Als hij geen naamkaartje opgespeld had, zou niemand hem herkennen. “Het gaat je vast voor de wind,” zeggen de vriendelijken, maar de meesten kijken naar zijn lijf en zeggen niks. Hij haalt zijn broek op. Er zijn er die kaal geworden zijn. Of vader. Arts. Ambtenaar. Hij vertelt over zijn werk. Ze wéten niet eens dat een pompstation een manager heeft, laat staan welke verantwoordelijkheden daarbij komen kijken. Natuurlijk, vroeger was het alleen benzine en porno, maar vandaag de dag is een pompstation een full-service-centrum. Zuivelsectie, brood- en bakcorner, snackhoek, snoepafdeling, dvd-, cd- en boekshop, tabakverkoop, verse bloemen en houtblokken. Iemand moet dat allemaal overzien. Hij doet dat.
Hij moet naar Isabel. Even met haar praten. Dichtbij zijn. Als hij eindelijk naast haar staat, druppelt een zweetdruppel van zijn voorhoofd in zijn glas cola. Isabel drinkt witte wijn. Het vrolijke zomerjurkje laat haar schouders bloot. “Je moet alles uittrekken,” denkt hij. “Dag Isabel,” zegt hij aarzelend, “hoe is het met jou?” Ze heeft een volmaakte Prodent-glimlach. “Hé, hallo,” zegt ze, bekijkt hem van top tot teen en leest het naamkaartje op zijn borst, “Karel. Wat ontzettend leuk dat je ook gekomen bent. Hoe is het met jou? Wat doe jij tegenwoordig?” Met vlakke handen glijdt ze de stof van haar jurkje strak langs haar lichaam. Zijn voorhoofd staat nu vol met zweetdruppels. Hij krijgt geen adem meer. “Pompstation,” mompelt hij onverstaanbaar. Hij draait zich om. Ongemakkelijk, een beetje wijdbeens, loopt hij het gebouw uit.