woensdag, januari 31, 2007

heilig vuur

Het heilige vuur moet overgebracht worden. Dat is belangrijk. Het is toch je club. En dus slepen Smit, Blaak en ik waar we kunnen mensen mee het prachtige stadion in: ten eerste natuurlijk Susan, zij gaat vaker mee (we hebben een kleine eeuwigheid geleden Henke Larsson en de zijnen nog zien spelen). Ze heeft het heilig vuur want is warmbloedig, mooi en gezegend. Victor en Gertjan, zij beweren voor PSV te zijn, maar diep van binnen zijn het natuurlijk gewoon Feyenoorders, dat weten zij ook wel. De Bolle Beer is een bijzonder geval, Ajacied, zegt hij zelf, maar niemand zingt bij aanvang van de wedstrijd het Hand in Hand Kameraden zo hartstochtelijk mee als hij. Mijn vader, hij nam me in 1993 voor het eerst mee naar De Kuip, 1e ronde van de Europa Cup 1, tegen het altijd lastige IA Akranes uit IJsland, het werd 3-0. Willemijn is 1 keer meegegaan, maar ze koos wel meteen een heerlijk potje uit, tegen Heracles 7-1 (2x Kuijt, 1 x Kalou). Elsert, mijn vriend uit Afrika, zette ondanks zijn leeftijd pas afgelopen december zijn eerste stappen in een voetbalstadion, net als Andre een maand eerder (zie blogje 'AZ' op 19 november). Afgelopen zondag hadden we Ruben en Boris uit 3D aan onze zijde. Allebei in tenue. Ruben gewapend met 6 pakjes chocomel en twee zakken drop, Boris met zijn nieuwe muts. Kijk, met zulke mannen naast je doet het er niet meer toe dat er slecht gevoetbald wordt. Het was dubbel genieten. En met dat heilige vuur zit het wel goed, dat brandt prima.

dinsdag, januari 30, 2007

Keulen

Mijn schoonvader is Willy Wonka. Gisteravond kwam de internationale chocoladewereld bijeen in een hip restaurant in Keulen om zijn aanstaande pensionering te vieren. Dat was mooi en interessant. Ik heb geleerd dat een Koelstra beter is dan een Bugaboo, dat investeringsmaatschappijen funest zijn voor ‘echte’ bedrijven omdat ze geen core-business hebben, dat Belgen wonderschoon moppen kunnen tappen, dat mijn schoonvader een over de halve wereld gerespecteerd man is ‘with chocolat in his veins’, dat je op een stand van een beurs je producten verticaal moet presenteren en dat Noord-Korea maar één golfcourse telt en dat president Kim officieel het baanrecord in bezit heeft. De goede man heeft waarschijnlijk niet eens zijn GVB. Het restaurant in de top van de Kölnturm geeft een onvoorstelbaar mooi uitzicht over de stad. Van de prachtige en luxe hotelkamer heb ik maar drie uur mogen genieten. Om 5.10 uur in de ochtend zat ik in de taxi naast een bebaarde chauffeur die al twintig jaar zes nachten per week door Keulen rijdt. Om 10.30 uur gaf ik les aan 4A. Iets met tekstverklaren.

woensdag, januari 24, 2007

de plaatselijke FC

Vanavond belde ik mijn broertje. Op het moment dat hij opnam, brak op de achtergrond een oorverdovend kabaal los. "Ze hebben net gescoord," hoorde ik mijn broertje in de hoorn schreeuwen. "Het is 1-0. Prachtig." Hij zat bij de plaatselijke FC op de tribune. Utrecht. Ooit was dat ook een klein beetje mijn club. In de tijd dat ik in de Utrechtse binnenstad woonde, konden we het gejuich uit het stadion in onze tuin horen. Als er gescoord werd, wisten wij dat anderhalve seconde voordat NOS Langs de Lijn het meldde. Af en toe gingen we naar het stadion. Op de fiets. Je parkeerde je fiets tegen een boom en liep naar binnen. Er zat heerlijk volk op de tribune. Toen Feyenoord vorig jaar thuis tegen Utrecht speelde, hing er een spandoek dat mijn gevoelens in schoon Utrechts verwoordde: "Utrecht is mijn stadsie, maar bij Feyenoord ligt m'n hartsie." Inmiddels ben ik Hagenaar. Dat bevalt ook prima. Er blijft in het hele land echter maar één 'plaatselijke FC' en dat is de FC Utrecht. Tom Egberts kondigde de club steevast met die woorden aan. "De plaatselijke FC speelde vanmiddag uit in Breda bij NAC." De barman van Café de Witte Ballon op de Lijnmarkt raakte dan ook steevast de kern als hij riep: "Er is maar één plaatselijke FC, mensen." En de rest van de kroeg maakte de zin met hem af: "en dat is de plaatselijke FC." Vanavond speelden ze voor de beker tegen RBC. Het werd 1-0.

woensdag, januari 17, 2007

John Coltrane's Blue Train

Het prachtige jazzalbum Blue Train heeft de wereld te danken aan de Islam. “During the year 1957,” zegt John Coltrane zelf – tot die tijd was hij natuurlijk gewoon aan de heroïne – “I experienced, by the grace of God, a spiritual awakening which was to lead me to a richer, fuller, more productive life. At that time, in gratitude, I humbly asked to be given the means and privilege to make others happy through music." De goede man zijn wensen werden vervuld want hetzelfde jaar nog nam hij met zijn kwintet Blue Train op. Een album dat is gevuld met zo’n troostrijke schoonheid dat het nauwelijks nog van deze aarde is. Cool, swingend en relaxed. De ambities van de saxofonist waren dan ook niet bescheiden. De jazz van Coltrane moest tot heel wat in staat zijn: "I would like to bring people something like happiness. I would like to discover a method so that if I want it to rain, it will start right away to rain. If one of my friends is ill, I'd like to play a certain song and he will be cured; when he'd be broke, I'd bring out a different song and immediately he'd receive all the money he needed." Of Huub van der Lubbe - De Dijk laat zich muzikaal erg door Coltrane inspireren – dit citaat kent, weet ik niet, maar hij schreef er wel een mooi en erg Hollands antwoord op.

Kon je met een liedje maar
Het wereldleed oplossen
Een eind maken aan oorlog
Aan haat en aan geweld
Dat je met een liedje weer
Woestijnen kon bebossen
Dat de oceaan weer schoon werd
De ozonlaag hersteld

Dat zou mooi zijn
Dat werd een prachtig lied
Met een prachtcouplet
En een prachtrefrein
Maar zo mooi maak ik ze niet.

zondag, januari 14, 2007

Jack Bauer

Jack Bauer belt zijn vrouw. Hij verontschuldigt zich dat hij niet thuis kan zijn, ‘sorry schat, ik hou van je,’ hij klapt zijn mobieltje dicht en snijdt de vinger van een zojuist door hem neergeschoten man af. Diens vingerafdruk is later natuurlijk nodig voor identificatie. Dat spreekt voor zich. Jack Bauer maakt lange dagen. Hij vecht tegen het onrecht, wordt tegengewerkt door terroristen, collega’s, het bureaucratische systeem en de klok. Niemand begrijpt hem omdat hij altijd een stap vooruit is, of omdat hij niemand in vertrouwen kan nemen. Bauer maakt ethische afwegingen aan de lopende band. Duizenden mensenlevens versus de wet. Waar de bureaucraten van the Counter Terrorist Unit aarzelen, is Bauer al klaar met martelen. In een zwarte auto raast hij over de nachtelijke wegen van Los Angeles. Hij heeft haast. Een dag heeft maar 24 uur.

(lees vooral ook de Blaakblog van 11 januari jl.)

woensdag, januari 10, 2007

Serengeti

Het is soms erg onaangenaam dat momenten voorbij gaan, omdat je ze niet wilt vergeten. Geen moment. Hier stonden Susan en ik. Dit zagen we. Niet te geloven.

donderdag, januari 04, 2007

let me hold your hand

Wat is dat toch met autisten? Dat ze zo aantrekkelijk zijn voor film? Dustin Hoffman won een Oscar als autist in Rain Man. Sigourney Weaver probeert hem na te doen in de film Snow Cake die nu in de bioscopen draait. Alan Rickman (met dezelfde prachtige stem als Snape) belandt samen met een vrolijke liftster in een auto-ongeluk. De liftster komt om het leven. Rickman besluit haar moeder te bezoeken en komt zo bij de autistische Weaver terecht. Het levert prachtige taferelen en een prettige film op, maar de regisseur kan duidelijk niet uit de voeten met het gebrek aan emotie bij de autist. Enigszins geforceerd, maar toch, wordt er zelfs even geknuffeld en zien we in droombeelden hoe Weaver haar dochter mist. Hoe anders is dat in de roman ‘the curious incident of the dog in the night-time’ van Marc Haddon. Als de vijftienjarige autistische Christopher na een, voor hem, meer dan gruwelijke reis naar Londen koud en doorweekt bij zijn moeder aankomt, stopt zijn moeder hem in bad en zegt dan na een lange stilte: “Christopher, let me hold your hand. Just for once. Just for me. Will you? I won’t hold it hard.” Ze steekt haar hand naar hem uit. Christopher heeft een verschrikkelijke dag achter de rug. Hij heeft zijn moeder maanden niet gezien. Zijn enige reactie is: “I don’t like people holding my hand.” En de moeder begrijpt hem, trekt haar hand terug en zegt: “No. OK. That’s OK.” De roman wordt volledig verteld vanuit het perspectief van Christopher. Zelf lijkt hij emotioneel nooit geraakt te worden. De lezer des te meer.